Rb. Zutphen 9 mei 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:BB1993
Uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat ongeacht of de erflater, toen hij de polissen sloot, een derde als begunstigde had aangewezen, er vanuit moet worden gegaan dat hij zichzelf als begunstigde heeft aangewezen onder de opschortende voorwaarde dat de eventuele overige begunstigingen geen effect hebben. Nu de begunstigingen in de polissen inderdaad door zijn echtscheiding en het niet nalaten van kinderen geen gevolg hebben gehad en de polis een blanco polis werd, is de opschortende voorwaarde vervuld en heeft de erflater een onvoorwaardelijk recht op uitkering verkregen waarover hij bij legaat kon beschikken. Door nu al zijn opeisbare vorderingen te legateren heeft de erflater dus ook dit onvoorwaardelijke recht op uitkering gelegateerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl