Rb. Zutphen 2 januari 2001, ECLI:NL:RBZUT:2001:AB0218

Vaststelling schadegebied bij WTS2-regeling is geen algemeen verbindend voorschrift maar een concretiserend besluit van algemene strekking, vatbaar voor bezwaar en beroep ingevolge de Awb. Ongegrond bezwaarschrift tegen mededeling dat eisers verzoek om tegemoetkoming niet in behandeling wordt genomen aangezien het schade-adres niet binnen het bij de WTS2-regeling vastgestelde schadegebied ligt. Eisers bezwaren hebben in wezen betrekking op de vaststelling van het schadegebied als zodanig en moeten dan ook worden geacht mede te zijn gericht tegen de vaststelling van het schadegebied bij de WTS2-regeling. Volgens verweerder moet de vaststelling van het schadegebied worden aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift, zodat daartegen ingevolge art. 8:2, onder a, in verbinding met art. 7:1, eerste lid Awb geen bezwaar en beroep openstaat. De rechtbank acht dit standpunt niet juist. Een besluit tot vaststelling van een schadegebied in het kader van de WTS dient te worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omdat een zodanig besluit niet verder strekt dan het bepalen van de werkingssfeer van reeds bestaande algemeen verbindende normen (met name art. 4, eerste lid WTS) en geen zelfstandige normstelling inhoudt. De rechtbank wijst in dit verband op AbRS 17 augustus 1999, ECLI:NL:RVS:1999:AA3753 en AbRS 23 november 1999, JB 2000/23, en AbRS 13 januari 2000, JB 2000/27, ECLI:NL:RVS:2000:AA4601 Dat het schadegebied ingevolge art. 1, onder d WTS bij ministeriële "regeling" wordt vastgesteld, maakt dit niet anders. Dat gebiedsaanwijzingen als de onderhavige plaatsvinden aan de hand van op de concrete situatie toegesneden criteria - aan de hand waarvan wordt bepaald in welk(e) gebied(en) schade is ontstaan als gevolg van een bepaalde ramp of ongeval - brengt op zichzelf niet met zich dat gezegd kan worden dat bij een zodanige gebiedsaanwijzing (rechts)normen worden gesteld en dat de aanwijzing verder strekt dan het bepalen van de werkingssfeer van reeds bestaande algemeen verbindende normen. Verweerder heeft ten onrechte aangenomen dat zijn besluit van 16 december 1998 tot vaststelling van het onderhavige schadegebied niet vatbaar is voor bezwaar en beroep ingevolge de Awb. Gegrond beroep. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder. mr. K. van Duijvendijk Awb 8:2.a Wet Tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (WTS) 3 Regeling Tegemoetkoming schade bij tweede extreem zware regenval 1998 (WTS2-regeling) 2.2

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen