Rb. Zwolle-Lelystad 4 april 2012, ECLI:NL:RBZLY:2012:BW0879
Op 4 april 2012 heeft de rechtbank te Lelystad vonnis gewezen in de zogenaamde Blowboot-zaak. De exploitanten van de Blowboot in Almere werden door justitie verdacht van het aanwezig hebben van tientallen kilo’s softdrugs, in ieder geval meer dan de gedoogvoorraad van 500 gram, die op de Blowboot aanwezig mag zijn. Tevens werden de exploitanten verdacht van het witwassen van geld. De rechtbank is van oordeel dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in haar vervolging. De coffeshop/Blowboot is eind vorige eeuw op initiatief van de gemeente Almere ontstaan. Daarbij zijn ook het openbaar ministerie en de politie betrokken. Al kort na de opening bleek de Blowboot in een behoefte te voorzien. Het aantal klanten liep op tot wel 800 à 1000 per dag. Door de exploitanten van de Blowboot is bij de autoriteiten regelmatig aandacht gevraagd, mede gelet op het grote aantal klanten, voor de problematiek van de bevoorrading van de Blowboot, de zogenaamde achterdeurproblematiek. Gebleken is echter dat noch de gemeente, noch politie en justitie zich met de aanvoer naar de Blowboot hebben willen bemoeien. De politie controleerde de bevoorrading niet. De rechtbank is van oordeel dat het openbaar ministerie wist, maar in ieder geval had moeten weten, dat bij zoveel klanten van de Blowboot er elders een bedrijfsvoorraad aan softdrugs zou moeten zijn. Gelet op alle overleggen die de exploitanten regelmatig hadden met gemeente en politie mochten ook zij er van uitgaan dat het openbaar ministerie hiervan op de hoogte was. Tijdens doorzoekingen op 19 september 2008 en 12 juni 2009 zijn tientallen kilo’s softdrugs aangetroffen, respectievelijk in een loods en in een woning van een medewerker van de Blowboot. Vast is komen te staan dat dit de bedrijfsvoorraad van de Blowboot betrof. Nu de Blowboot jarenlang op deze wijze gewerkt heeft, in welke periode nooit door hetzij gemeente hetzij politie en justitie aan de exploitanten duidelijk is gemaakt dat het hebben van een voorraad softdrugs buiten de Blowboot niet getolereerd zou worden, mochten de exploitanten er naar het oordeel van de rechtbank op vertrouwen dat het aanhouden van een bedrijfsvoorraad buiten de Blowboot zou worden toegestaan. Het openbaar ministerie had derhalve niet het besluit mogen nemen om tot vervolging over te gaan. De rechtbank heeft nog wel bekeken of de aangetroffen bedrijfsvoorraad in een redelijk verhouding stond tot de omzet van de Blowboot. Dat was volgens de rechtbank het geval nu het ging om een voorraad van ongeveer een maand.