Rb. Zwolle-Lelystad 4 november 2010, ECLI:NL:RBZLY:2010:BV6670
Voor het “aanwezig hebben” in de zin van artikel 3 onder C van de Opiumwet is het niet noodzakelijk dat verdachte enige beschikkingsbevoegdheid heeft over de verdovende middelen. Voldoende voor het bewijs van dit “aanwezig hebben” is dat de verdovende middelen zich in haar machtssfeer bevinden. De rechtbank is van oordeel dat het ten last gelegde bewezen kan worden verklaard, mede gelet op de verklaring van verdachte dat zij wist dat er iets aan de hand was.
De uitspraak op rechtspraak.nl