Rb. 's-Hertogenbosch 16 december 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BU8376

Weigering vergunning voor het verrichten van ivf, artikel 2 van de Wet op bijzondere medische verrichtingen, exeptieve toetsing van Aanwijzingsbesluit en Planningsbesluit. De rechtsgevolgen van het besluit waarbij de minister zijn weigering om aan eiseres een vergunning te verlenen voor het verrichten van ivf heeft gehandhaafd blijven in stand. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat in wat eiseres heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat artikel 1, aanhef en onder i, van het Aanwijzingsbesluit in strijd is met artikel 2 van de WBMV. Uit de toelichtingen op artikel 2 van de WBMV en artikel 1, aanhef en onder i, van het Aanwijzingsbesluit, blijkt dat de regelgever vooral ethische en maatschappelijke aspecten die zijn verbonden aan ivf behandelingen van belang heeft geacht voor de keuze ivf behandelingen te reguleren door middel van een verbodssysteem. Er bestaat geen grond voor de conclusie dat de regelgever deze ethische en maatschappelijke aspecten niet heeft kunnen aanmerken als gewichtige belangen. Evenmin bestaat aanleiding voor het oordeel dat het Planningsbesluit onverbindend is wegens strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Uit de door eiseres aangehaalde brief van 23 februari 2010 blijkt genoegzaam dat met het in het Planningsbesluit genoemde aantal van dertien centra ook thans en in de komende jaren nog wordt voorzien in de behoefte aan ivf. Dat, zoals eiseres heeft aangevoerd, uit eigen onderzoek is gebleken dat sprake is van wachtlijsten, betekent niet dat met het huidige aantal centra niet in de behoefte wordt voorzien. Zoals verweerder terecht heeft opgemerkt is een zekere wachttijd voor een niet acute medische behandeling niet onacceptabel. De regelgever heeft voorts, mede gelet op de tekst van artikel 5 van de WBVM, bij de behoefteraming in redelijkheid uit kunnen gaan van de bestaande algemene behoefte aan ivf en heeft aan het feit dat eiseres stelt in dit verband in een specifieke behoefte te voorzien geen doorslaggevend gewicht hoeven toekennen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen