Rb. 's-Hertogenbosch 28 september 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BT6849

Beroep van projectontwikkelaar tegen toegekende planschadevergoeding leidt tot vernietiging van besluit met instandlating van de rechtsgevolgen. - Verweerder heeft in navolging van de SAOZ de datum waarop de bouwvergunning bekend is gemaakt als peildatum gehanteerd bij de vaststelling van de waardevermindering. Dit berust op de aanname dat het schadeveroorzakende vrijstellingsbesluit tegelijk met de verzending van de later verleende bouwvergunning in werking is getreden. Deze aanname is onjuist. Een vrijstellingsbesluit treedt in werking op de datum waarop dat besluit is bekendgemaakt. Die datum geldt als peildatum voor de beoordeling van planschade. - Het betoog dat verweerder, gelet op art. 9.1.18, tweede lid, van de Invoeringswet Wro ten onrechte niet heeft bezien in hoeverre de geleden schade valt binnen het normale maatschappelijke risico, faalt. Toepassing van artikel 6.2, eerste lid, van de Wro zonder daarbij het tweede lid te betrekken acht de rechtbank niet goed denkbaar. Het in het tweede lid neergelegde forfait van 2% van de waarde van de onroerende zaak zal immers het richtsnoer dienen te zijn aan de hand waarvan kan worden bepaald of sprake is van een geval waarin de binnen het normaal maatschappelijk risico vallende schade hoger (of lager) is dan voormelde 2%. Zonder dit richtsnoer bestaat onvoldoende houvast om te kunnen vaststellen of zich een dergelijk geval voordoet. Uit de omstandigheid dat de wetgever heeft gewild dat dit forfait vooralsnog niet wordt toegepast met betrekking tot schade die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wro is ontstaan, leidt de rechtbank af dat tot dat moment evenmin toepassing behoort te worden gegeven aan artikel 6.2, eerste lid, van de Wro.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen