Rb. 's-Hertogenbosch 5 oktober 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BT6596
Zorgkantoor vordert terugbetaling van een uitgekeerd pgb wegens het niet voldoen aan de verantwoordingsplicht. Het pgb is aangevraagd door en uitgekeerd aan de moeder ten behoeve van haar (toen nog) minderjarige dochter. Het zorgkantoor vordert terug van de inmiddels meerderjarig geworden dochter. De rechtbank oordeelt dat de dochter de beschikkingen van het zorgkantoor over toekenning en terugvordering van het pgb tegen zich moet laten gelden en gehouden is de gevorderde som terug te betalen. Ingevolge de Regeling subsidies AWBZ is de dochter immers rechthebbende op zo'n pgb. De moeder heeft in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger gehandeld bij de aanvraag, ontvangst en verantwoording van het pgb. Indien de dochter meent dat zij is benadeeld doordat haar moeder haar belangen destijds niet goed heeft behartigd, dan had zij haar moeder in vrijwaring op kunnen roepen met een beroep op slecht bewindvoerderschap (artikel 1:253j BW).
De uitspraak op rechtspraak.nl