Rb. 's-Hertogenbosch 24 januari 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BP2276

Leerplichtwet. Ouders hebben tijdens het schooljaar met hun twee leerplichtige kinderen tijdens het schooljaar gedurende drie maanden een wereldreis gemaakt. Ouders hebben voor die periode van drie maanden hun kinderen bij de basisschool, waar ze stonden ingeschreven, uitgeschreven en tevens hun beide kinderen voor diezelfde periode uit de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) laten uitschrijven. De twee ouders worden door het OM vervolgd wegens het overtreden van de leerplichtwet. Het primaire verweer van de ouders dat de leerplichtwet alleen geldt voor zover jongeren hetzij feitelijk hetzij administratief volgens de administratie van een GBA in Nederland wonen of verblijven gaat volgens de kantonrechter niet op. Inschrijving in het GBA is alleen aan te merken als een registratie, maar de feitelijke situatie kan best anders zijn. De rechter is van oordeel dat conform het bepaalde in artikel 1: 12 lid 1 BW waarin opgenomen dat de minderjarige de woonplaats volgt van hem die het gezag over hem uitoefent, in deze zaak de woonplaats van de ouders bepalend is voor het antwoord op de vraag welke woonplaats hun kinderen hebben. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de woonplaats van de ouders zowel voor, gedurende als na de periode van de wereldreis de gemeente Haaren is gebleven, zodat die woonplaats ook de woonplaats van de kinderen is gebleven. De kantonrechter verwerpt ook het subsidiair door de ouders gevoerd verweer dat er geen wettig bewijs is van absoluut verzuim omdat zij hun kinderen gedurende de periode van de wereldreis onderwijs op afstand hebben doen volgen middels inschrijving bij de Wereldschool gevestigd te Lelystad. Desgevraagd heeft de Inspectie van het Onderwijs te kennen gegeven dat de Wereldschool weliswaar door de Nederlandse overheid via de Stichting NOB wordt bekostigd en door de Inspectie als een apart object van toezicht wordt gezien en daarom met een vaste regelmaat wordt onderzocht, maar desondanks niet direct onder de definitie van school in de zin van artikel 1 sub b 1 leerplichtwet valt. Nu de kinderen van de ouders gedurende de periode van de wereldreis niet ingeschreven stonden bij een school als bedoeld in artikel 1 sub b van de leerplichtwet en niet aan de eisen ex artikel 5, aanhef en sub c van de leerplichtwet voor een vrijstelling van rechtswege is voldaan, staat vast dat de ouders de verplichting hen in artikel 2 lid 1 leerplichtwet opgelegd om er voor zorg te dragen dat hun kinderen als leerling van een school staan ingeschreven, niet zijn nagekomen. Beide ouders zijn strafbaar bevonden. Het feit dat vastgesteld kan worden dat de kinderen van de ouders middels het tijdelijk gedurende drie maanden volgen van onderwijs bij de Wereldschool geen leerachterstand hebben opgelopen kan echter aan de strafbaarheid niet af doen, er is geen sprake van afwezigheid van alle schuld bij de ouders. Rekening houdend met de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd, heeft de kantonrechter de ouders elk 1000 euro boete opgelegd, waarvan 500 euro voorwaardelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen