Rb. 's-Hertogenbosch 2 november 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BO2841

Rijbewijs ten onrechte ongeldig verklaard. Verzoek om immateriële schadevergoeding. Hoewel uit hetgeen eiser heeft aangevoerd blijkt dat hij een zekere mate van ongerief heeft moeten ondergaan als gevolg van het besluit tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van dat besluit zodanig heeft geleden dat hij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De door eiser gestelde spanning en frustratie die de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs met zich bracht, kan niet op één lijn worden gesteld met de spanning en frustratie bij overschrijding van de redelijke termijn voor het nemen van een besluit, reeds omdat de aard en ernst van de onzekerheid over de uitkomst van een procedure van een andere orde en duur is dan de onzekerheid waarin eiser heeft verkeerd met betrekking tot de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen