Rb. 's-Hertogenbosch 23 juli 2009, ECLI:NL:RBSHE:2009:BJ3673

Eiseres is op 1 maart 2005 werkloos geworden. In verband met deze werkloosheid ontving zij een WW-uitkering, die aanvankelijk werd berekend naar het maximum-dagloon. Nadat bij het Uwv de verdenking ontstond dat sprake is geweest van een gefingeerd dienstverband, werd een nader onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek bleek dat het contract van eiseres gewijzigd is, kort vóórdat het bedrijf waarvoor zij tot 1 maart 2005 werkte (Vi-Computer) wegens betalingsmoeilijkheden zijn activiteiten beëindigde. Door deze contractswijziging steeg het salaris van eiseres aanzienlijk - voor 1 november 2004 werkte zij 24 uur per week tegen een salaris van € 1.361,36 bruto per maand. Vanaf 1 november 2004 werd het dienstverband van eiseres omgezet naar een fulltime dienstverband tegen een salaris van € 4.250,00 bruto per maand -. Eiseres had een affectieve relatie met de eigenaar van Vi-Computer. Ten tijde van het ontstaan van de betalingsmoeilijkheden in het bedrijf, gingen zij uit elkaar. In de periode van 13 oktober 2004 tot 20 december 2004 verrichtte eiseres, naast haar fulltime dienstverband bij Vi-Computer, ook werkzaamheden voor een andere werkgever voor 32 uur per week. Uiteindelijk concludeert verweerder dat van een gefingeerd dienstverband geen sprake is geweest, maar dat wel sprake was van een ten onrechte opgevoerde loonsverhoging. De WW-uitkering van eiseres wordt daarom met terugwerkende kracht herzien. Hetgeen onverschuldigd is betaald, wordt van eiseres teruggevorderd. De rechtbank verklaart het beroep van eiseres (deels) gegrond. Het besluit, waarbij het dagloon en de WW-uitkering van eiseres met terugwerkende kracht zijn herzien, wordt vernietigd wegens een motiveringsgebrek. De rechtbank laat evenwel de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en accepteert de nadere motivering die verweerder, hangende het beroep bij de rechtbank, alsnog heeft verschaft. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft gesteld dat de salarisverhoging per 1 november 2004 niet gebruikelijk was voor het salaris dat eiseres pleegde te genieten en dat deze salarisverhoging evenmin kan worden verklaard uit een wijziging van de werkzaamheden van eiseres. Eiseres verrichtte administratief werk. Zij deed het voorbereidende werk voor de boekhouder (de Gibo groep). De werkzaamheden, die eiseres na 1 november 2004 verrichtte waren niet anders dan haar werkzaamheden vóór die tijd. De rechtbank volgt niet de stelling van eiseres dat zij tot 1 november 2004 werkzaam was voor een te laag loon. De rechtbank let daarbij op de vooropleiding van eiseres (HAVO, opleiding tot schoonheidsspecialiste), op haar werkervaring (salesmanager, stewardess) en op de aard van haar werk bij Vi-Computer. Eiseres verrichtte louter uitvoerende werkzaamheden. Zij nam geen beslissingen. Eiseres heeft in redelijkheid moeten begrijpen dat zij te veel WW-uitkering ontving. Verweerders beslissingen tot herziening en terugvordering kunnen de rechterlijke toets doorstaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen