CRvB 12 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN4125
De Raad heeft voor de door het Uwv gehanteerde berekening geen grondslag kunnen vinden in de hier van toepassing zijnde bepalingen. Het feit dat voor de bepaling van het dagloon artikel 7 van de Dagloonregels IWS buiten toepassing blijft, brengt niet met zich dat het Uwv het dagloon van appellante uitsluitend kan baseren op het loon dat zij verdiende tot 1 november 2004. Het dagloon zou, gelet op het bepaalde in artikel 4 van de Dagloonregels IWS, in beginsel moeten worden bepaald aan de hand van het loon dat appellante in de 26 weken aan het intreden van haar arbeidsurenverlies onmiddellijk voorafgaande, in dienstbetrekking in haar beroep gemiddeld heeft genoten. Indien de uitkomst van die berekening - gelet op het loon dat appellante in de 52 weken aan het intreden van haar arbeidsurenverlies onmiddellijk voorafgaande, gemiddeld per dag in haar beroep placht te genieten - kennelijk geen juiste maatstaf voor de vaststelling van het dagloon biedt, moet ingevolge artikel 6 van de Dagloonregels IWS worden uitgegaan van het loon, dat appellante in de periode van 52 weken in dienstbetrekking in haar beroep heeft genoten. Het Uwv heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan deze bepaling. Vernietiging uitspraak. Nieuw besluit op bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl