Rb. 's-Hertogenbosch 12 januari 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ6685
Art. 3 lid 4 onder b WWB; geen temporele werking. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een temporele werking bij de toepassing van artikel 3, vierde lid onder b van de WWB zoals zijdens verzoeker is gesteld. In de door verzoeker genoemde uitspraak van de CRvB van 29 november 2005 waaruit volgens verzoeker blijkt van een temporele werking voor geheel artikel 3, vierde lid van de WWB is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet een dergelijke opvatting te lezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl