Rb. 's-Gravenhage 28 november 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4671

Vendrik-effect. Bij de invoering van de VPL-wetgeving per 1 januari 2005 is de fiscale facilitering van onder meer vutregelingen afgeschaft, behalve voor werknemers geboren vóór 1 januari 1950 (55-plussers). Bij de behandeling van de VPL-wetgeving in de TK is door een amendement van Vendrik c.s. bewerkstelligd dat 55-plussers die langer bleven werken een hogere vut-uitkering kregen dan wel de opgespaarde vut-uitkering opgeteld kregen bij hun ouderdomspensioen. Voor de onder het ABP vallende ambtenaren is dit door de sociale partners aldus uitgewerkt, dat de verhoging van de vut-uitkering en/of het ouderdomspensioen alleen van toepassing is voor degenen die wel vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar gebruik maken van de VUT-regeling, maar dat geen aanspraak op deze Vendrik-verhoging bestaat indien wordt doorgewerkt tot of na het bereiken van die leeftijd (het Vendrik-effect). Deze VUT-regeling (FPU-regeling) heeft evenals de pensioenregeling van het ABP een civielrechtelijk karakter. De vordering strekte ertoe de Vendrik-verhoging ook te doen gelden voor 55-plussers die tot of na hun 65ste bleven doorwerken. De kantonrechter oordeelt dat de fiscale regelgeving niet normgevend is voor de inhoud van civielrechtelijke overeenkomsten zoals de onderhavige vut-overeenkomst en de daarop gebaseerde FPU-regeling voor overheidspersoneel. De vut-overeenkomst en de FPU-regeling zijn daarom niet nietig of vernietigbaar wegens strijd met de wet of de bedoeling van de (fiscale) wetgever. Er is geen sprake van onduidelijkheid of een leemte in de vut-overeenkomst en/of de FPU-regeling. Er is geen grond om te oordelen dat het Vendrik-effect naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ook is er geen sprake van een verboden onderscheid naar leeftijd bij arbeidsvoorwaarden tussen degenen die wel profiteren van de Vendrik-verhoging en degenen die daarvan niet profiteren. (Zie ook de uitspraken van de CRvB 3-12-2009, LJN BK4789 en 30-6 2011, LJN BR0776).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen