Rb. 's-Gravenhage 23 november 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4171
De eis die verweerder in dit geval aan eiseres (de echtgenote van de gezinshereniger) heeft gesteld voor toelating tot Nederland, te weten dat zij dient aan te tonen dat zij vóór haar komst naar Nederland het basisexamen inburgering met goed gevolg heeft afgelegd, anders dan verweerder heeft gesteld, is in strijd met art. 7, lid 2 van de Gezinsherenigingsrichtlijn. De Rb. verwijst in dit verband naar het reeds aangehaalde standpunt van de Europese Commissie (EC), waarin de EC concludeert dat voormelde bepaling in die zin moet worden uitgelegd dat het niet toelaat dat een lidstaat een gezinslid, als bedoeld in art. 4, lid 1, aanhef en onder a, van de Gezinsherenigingsrichtlijn, van een rechtmatig in die lidstaat wonende burger van een derde land de toegang en verblijf weigert uitsluitend op de grond dat dit gezinslid niet het in de wetgeving van die lidstaat voorgeschreven inburgeringsexamen in het buitenland heeft behaald. De Rb. neemt vorenbedoeld standpunt van de EC over en maakt dat tot het hare. In hetgeen verweerder in dit verband heeft aangevoerd ziet de Rb. geen grond voor het oordeel dat verweerder in dit geval aan eiseres de eis heeft mogen stellen dat zij dient aan te tonen dat zij vóór haar komst naar Nederland het basisexamen inburgering met goed gevolg heeft afgelegd. De Rb. benadrukt dat zij zich in deze procedure enkel heeft uitgelaten omtrent de door verweerder gestelde eis dat de echtgenote van een gezinshereniger (eiseres) dient aan te tonen dat zij vóór haar komst naar Nederland het basisexamen inburgering met goed gevolg heeft afgelegd, en dat zij zich niet uitlaat omtrent de vraag welke integratievoorwaarden in het kader van art. 7, lid 2 van de Gezinsherenigingsrichtlijn mogen worden gesteld. Aangezien aan de afwijzing van de mvv-aanvraag van eiseres geen andere afwijzingsgronden ten grondslag zijn gelegd, ziet de Rb. aanleiding, onder herroeping van het primaire besluit, zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat verweerder zal worden opgedragen tot afgifte van de gevraagde mvv aan eiseres.
De uitspraak op rechtspraak.nl