Rb. 's-Gravenhage 16 augustus 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8700

Uit de overwegingen van het HvJ EU volgt dat de Schengengrenscode niet alleen van toepassing is indien verblijf van korte duur wordt beoogd, maar van toepassing is op alle onderdanen van derde landen die een lidstaat wensen binnen te komen door een buitengrens van de Schengenruimte te overschrijden, ongeacht de duur van het voorgenomen verblijf. De verwijzing van verweerder naar het uitgangspunt van de wetgever in de memorie van toelichting bij de wijziging van artikel 3 van de Vw 2000, dat artikel 5 en artikel 13 van de Schengengrenscode een beperkt toepassingsbereik hebben, treft geen doel. Het uitgangspunt van de wetgever dat Nederland de bevoegdheid heeft om wettelijke voorschriften te stellen ten aanzien van derdelanders die om een verblijf van langer dan drie maanden verzoeken, waaronder asielzoekers, moet, gelet op de uitspraak van het HvJ EU, vooralsnog voor onjuist worden gehouden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe in die zin dat verzoeker dient te worden behandeld als ware hem verdere toegang tot Nederland verleend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen