Rb. 's-Gravenhage 28 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7326

In geschil is of de op de aanvraag van verzoekster toegepaste eis dat het salaris marktconform is strenger is dan de eis(en) die ten tijde van de inwerkingtreding van de standstill-bepaling op 25 april 2005 aan het salaris werd(en) gesteld. Vooropgesteld wordt dat het op de weg van verweerder ligt om aannemelijk te maken dat een regel of het ter uitvoering van die regel gevoerde beleid of de in de praktijk gehanteerde toepassing van die regel of dat beleid,geen strijd met de standstill-bepaling oplevert. De voorzieningenrechter overweegt dat uit het beleid van verweerder zoals neergelegd in WBV 2005/19 niet blijkt, en daaruit ook niet valt af te leiden, dat het salaris van de kennismigrant marktconform moest zijn. Nu in het thans geldende beleid, waaraan verweerder de aanvraag van verzoekster heeft getoetst, de voorwaarde van een marktconform salaris als afwijzingsgrond is geformuleerd en ook de notitie Arbeidsmigratie buiten de EU spreekt van een aanscherping van de kennismigrantenregeling op dit aspect, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een aanscherping van het beleid ten opzichte van het beleid dat gold voor kennismigranten ten tijde van de standstillbepaling. Derhalve is de toetsing aan de marktconformiteit op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb, strijdig met artikel 14 van bijlage VII bij het Protocol. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder evenmin aannemelijk gemaakt dat in de uitvoering van het beleid de eis van marktconformiteit van het salaris werd gesteld. Veleer duidt de inhoud van IND-werkinstructie 2006/21 van 8 september 2006 erop dat verweerder in de uitvoeringspraktijk die eis pas omstreeks genoemde datum is gaan stellen. Gelet op het voorgaande heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter ziet echter, gelet op de betrokken belangen, geen aanleiding om de gevraagde voorziening te treffen. Het petitum van het voorliggende verzoek is dermate verstrekkend dat het in deze fase van de procedure niet voor de hand ligt het verzoek toe te wijzen. Afwijzing verzoeken om een voorlopige voorziening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen