Rb. 's-Gravenhage 3 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0703

De Belastingdienst heeft navorderingsaanslagen opgelegd in verband met verzwegen bankrekeningen bij Rabobank Luxembourg op grond van informatie verstrekt door een tipgever, waarvan de identiteit bekend is bij de Belastingdienst, maar niet bij de betreffende belastingplichtigen. Laatstgenoemden vorderen - in conventie - vrijgave van tot nu tot geheimgehouden (passages uit) stukken waaruit de identiteit van de tipgever, alsmede diens betrouwbaarheid kan worden afgeleid, waarbij zij zich baseren op een uitspraak van de zogenaamde "geheimhoudingskamer" van de rechtbank Arnhem in een vrijwel identieke zaak. Daarbij is het verzoek van de Belastingdienst tot beperkte kennisneming ex artikel 8:29 lid 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) voor wat betreft de door die belastingplichtigen gewenste stukken afgewezen. De vordering van de belastingplichtigen wordt afgewezen omdat uit de uitspraak van de geheimhoudingskamer geen absolute gehoudenheid van de Belastingdienst om de betreffende (passages uit de) stukken openbaar te maken voortvloeit. De Belastingdienst kan er voor kiezen om die passages/stukken niet in de (belasting)bodemzaak over te leggen, waarna het aan de belastingrechter is om daaraan de gevolgen te verbinden die hem geraden voorkomen. Onder die omstandigheid past het niet dat de civiele rechter de Belastingdienst op straffe van verbeurte van een dwangsom verplicht om de geheimgehouden passages te openbaren. In reconventie is ten aanzien van twee van de vier eisers de vordering van de Belastingdienst tot nakoming van hun informatieplicht ex artikel 47 lid 1 AWR onder een dwangsom toegewezen, onder afwijzing van een aantal daartegen gevoerde verweren, waaronder het verweer dat door de Belastingdienst afgegeven informatiebeschikkingen ex artikel 52a AWR nog niet onherroepelijk zijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen