Rb. 's-Gravenhage 20 februari 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6865

Inreisverbod,artikel 66a, eerste lid, vw 2000,humanitaire of andere redenen, duur inreisverbod Zoals volgt uit het bestreden besluit, is aan verzoeker reeds eerder een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Omdat verzoeker geen gevolg heeft gegeven aan de in dit terugkeerbesluit opgenomen termijn om Nederland te verlaten, was verweerder volgens artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder b, in beginsel gehouden een inreisverbod op te leggen. Voorzover namens verzoeker is betoogd dat de maatregel disproportioneel is vanwege het risico dat verzoeker loopt in het land van herkomst, kan dit betoog niet slagen gezien hetgeen hiervoor ten aanzien van de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag is overwogen. Verweerder heeft zich voorts op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van humanitaire of andere redenen om af te zien van het uitvaardigen van een inreisverbod (als bedoeld in artikel 66a, achtste lid, van de Vw 2000). Hetgeen namens verzoeker is aangevoerd over zijn psychische gesteldheid leidt niet tot een andere conclusie, reeds nu dit op geen enkele wijze is onderbouwd. Gesteld noch gebleken is dat in het geval van verzoeker sprake is van de situatie genoemd in artikel 6:5a, tweede lid, van het Vb 2000, die zou moeten leiden tot beperking van de duur van het inreisverbod tot één jaar. Voorts heeft verzoeker in de zienswijze naar aanleiding van het voornemen om een reisverbod op te leggen geen individuele omstandigheden genoemd die verweerder aanleiding hadden moeten geven in zijn geval een kortere duur van het inreisverbod vast te stellen. De rechter verwijst hiertoe naar hetgeen onder 2.4.4. is overwogen. Verweerder heeft dan ook, ingevolge artikel 6:5a, eerste lid, van het Vb 2000, een inreisverbod voor de duur van twee jaren aan verzoeker kunnen opleggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen