Rb. 's-Gravenhage 23 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9414

Vaststaat dat verzoekster in het bezit is geweest van een mvv en dat de geldigheidsuur van deze machtiging is verstreken zonder dat een verblijfsvergunning is aangevraagd. Artikel 12, eerste lid, van de Tri schrijft voor dat een terugkeerbesluit schriftelijk wordt uitgevaardigd. Niet is gebleken dat verweerder, buiten het terugkeerbesluit van 31 oktober 2011, een dergelijk besluit of daaraan gelijk te stellen beslissing of handeling heeft genomen of verricht. Het bezwaar tegen het terugkeerbesluit dient derhalve ontvankelijk te worden geacht. Uit de Tri kan niet worden afgeleid wanneer een vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van deze richtlijn. Verder is aan het begrip openbare orde als bedoeld in artikel 62, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 geen nadere invulling gegeven in nationale wet- of regelgeving. De voorzieningenrechter ziet evenwel aanleiding om bij de uitleg van dit begrip aansluiting te zoeken bij het begrip openbare orde als bedoeld in artikel 12, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000 waarin, zakelijk weergegeven, is bepaald dat de vrije termijn van een vreemdeling eindigt zodra hij een gevaar oplevert voor de openbare orde. Uit de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2006 (LJN AY6846) volgt dat daar reeds sprake van kan zijn indien de vreemdeling wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit. Bezien in het licht van het vorenstaande kan dus de enkele verdenking van het plegen van een strafbaar feit voldoende grond opleveren om in het belang van de openbare orde de termijn voor vrijwillig vertrek te verkorten tot nul dagen. Voor zover verzoekster betoogt dat een verdenking van het witwassen van € 18.000,- onvoldoende ernstig is om aan te nemen dat zij een gevaar voor de openbare orde is, deelt de voorzieningenrechter dat standpunt niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen