Rb. 's-Gravenhage 14 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7843
Voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 46 Sr jo. 98a lid 1 Sr. Staatsgeheimen. Verdachte is gedurende zijn loopbaan van 13 jaar bij de Koninklijke Luchtmacht (Klu) vanaf 2004 tot aan zijn vrijwillige ontslag in april 2010 als F-16 vlieger werkzaam geweest. Aan F-16 vliegers wordt de hoogste gradatie van kennisneming van geheimhoudingsdocumenten toegekend. De rechtbank heeft vastgesteld dat alle ten laste gelegde digitale bestanden (te weten 5 PowerPointpresentaties van briefings en 1 meerkeuzetest betreffende de Midlife Update van de F-16) informatie bevatten met een staatsgeheim karakter in de zin van artikel 98 van het Wetboek van Strafrecht. <br< De staatsgeheime informatie in de documenten zien onder meer op afgeschermde radiofrequenties, tactische handelingen in gevechtssituaties en gedetailleerde eigenschappen van het jachtvliegtuig. Materiaal dat inzicht geeft in actuele operationele en tactische werkwijzen van de KLu en dat ingeval van bekendmaking bij vijanden c.q. niet-bondgenoten van Nederland ernstige schade kan berokkenen aan het belang van de Nederlandse Staat en zijn bondgenoten. De rechtbank acht bewezen dat verdachte na zijn ontslag in april 2010 staatsgeheime informatie onder zich heeft gehouden en daarmee handelingen ter voorbereiding van het opzettelijk openbaar maken c.q. verstrekken van staatsgeheimen aan een buitenlandse mogendheid heeft gepleegd doordat hij twee computers en een cd-rom voorhanden heeft gehad, waarop de tenlastegelegde digitale bestanden zijn aangetroffen. De criminele bedoeling van verdachte om tegen betaling van een aanzienlijk bedrag (staatsgeheime) documenten aan een militair attaché van de Russische Federatie te verkopen is onmiskenbaar. Dit blijkt niet alleen uit de veelvuldige telefonische (en sms) contacten tussen verdachte en de attaché en een eerdere ontmoeting van verdachte met die attaché c.q. een collega in een hotel waarbij een cd-rom is overhandigd, maar wordt ook gestaafd door de handgeschreven uitingen op een A4-tje dat tijdens een gesprek van verdachte met de attaché tussen hen beiden over en weer werd geschoven. Ter leniging van zijn financiële nood heeft verdachte een vertegenwoordiger van een buitenlandse mogendheid benaderd om te bezien of hij achtergehouden informatie over de F-16 kon verkopen. Daarbij betrekt de rechtbank dat de in de informatie vermelde vijandelijke wapensystemen die tegen de F-16 kunnen worden ingezet, voor een belangrijk deel juist in dit land - Rusland - zijn (of worden) geproduceerd. Verdachte moet zich dit als voormalig luchtmachtofficier hebben beseft. Aldus heeft verdachte zijn persoonlijk belang laten prevaleren boven de veiligheidsbelangen van de Staat en zijn bondgenoten, de militair-operationele risico's in missiegebieden daaronder begrepen. In zoverre heeft hij ook het vertrouwen van zijn collega-jachtvliegers geschonden. Aan de ernst van het feit draagt bij dat het initiatief tot de regelmatige contacten met de Russische ambassade steeds van verdachte is uitgegaan, waarbij hij zich kennelijk niet heeft laten weerhouden door de aanvankelijk afhoudende reacties van zijn contactpersoon aldaar. Gedurende een aantal maanden heeft verdachte geprobeerd zijn voornemen te verwezenlijken. Meer in het algemeen heeft verdachte zich bereid getoond tot het prijsgeven van geheime informatie aan een buitenlandse mogendheid, een gegeven dat hem mogelijk ook in de toekomst kwetsbaar en chantabel had gemaakt, mede gelet op de door hem beoogde loopbaan als F-16 vlieger in de Verenigde Arabische Emiraten. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf van 5 jaar op.
De uitspraak op rechtspraak.nl