Rb. 's-Gravenhage 30 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT6951
Eiseres heeft de Chinese nationaliteit en is in China met haar echtgenoot, die eveneens de Chinese nationaliteit heeft, gehuwd. De echtgenoot woont in Nederland en beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op reguliere gronden. Een visumadviesaanvraag voor een verblijfsvergunning voor gezinsvorming is eerder afgewezen wegens het niet voldoen aan het vereiste dat eiseres geslaagd moet zijn voor een inburgeringsexamen. Vervolgens is eiseres nadien met een visum kort verblijf ingereisd voor bezoek aan haar echtgenoot. Tijdens haar verblijf hier is gebleken dat haar echtgenoot ernstige hartklachten heeft. Ze heeft vervolgens een verblijfsvergunning voor verblijf bij echtgenoot aangevraagd. Die aanvraag wordt afgewezen wegens het niet voldoen aan het mvv-vereiste. Het beroep van eiseres op de richtlijn 2003/86 inzake gezinshereniging, artikel 8 van het EVRM en op de zogenoemde hardheidsclausule slaagt volgens de rechtbank niet. Ook is er geen sprake van excessief formalisme volgens de rechtbank. Kort gezegd is de rechtbank van oordeel dat de Nederlandse staat het mvv-vereiste mag stellen ook indien aan de materiële voorwaarden voor verlening van een vergunning zou worden voldaan, aangezien de nationale regelgeving voldoende ruimte geeft eventueel een uitzondering op het mvv-vereiste te maken. Voor het maken van een uitzondering op dat vereiste worden in het concrete geval echter geen termen aanwezig geacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl