Rb. 's-Gravenhage 13 juli 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3968
Artikel 15ab, zesde lid, van de Wet Vpb heeft een eigen toepassingsbereik. Het bepaalde in dit artikellid vindt toepassing indien de daarin genoemde feiten zich voordoen. Een (mogelijk) hybride karakter van de vordering staat aan toepassing van artikel 15ab, zesde lid, van de Wet Vpb niet in de weg. Hetzelfde geldt voor de door eiseres gestelde omstandigheid dat de vordering niet ten laste van in Nederland belastbare winst is afgewaardeerd. Aan eiseres kan worden toegegeven dat toepassing van artikel 15ab, zesde lid, van de Wet Vpb in een geval als dit tot een onbillijke uitkomst kan leiden, maar het is de rechter, ingevolge artikel 11 van de Wet algemene bepalingen, niet toegestaan de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te beoordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl