Rb. 's-Gravenhage 28 juli 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3903

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de ambtsberichten, in samenhang bezien, op objectieve, onpartijdige en inzichtelijke wijze welke feiten en omstandigheden de AIVD ten grondslag heeft gelegd aan de conclusie dat eiser een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De rechtbank overweegt dat uit de jurisprudentie van het EHRM volgt dat de rechtbank de “adversarial proceedings” dient te waarborgen. In dat kader hebben partijen de rechtbank verzocht de aan de ambtsberichten ten grondslag liggende stukken in te zien. De rechtbank heeft dan ook aanleiding gezien om met toepassing van de artikelen 8:29 en artikel 8:45 van de Awb in samenhang met artikel 87, eerste lid, van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2002 (WIV 2002), van de bevoegdheid gebruik gemaakt om kennis te nemen van de aan de ambtsberichten ten grondslag liggende stukken. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de arresten van het EHRM van 20 juli 2010 van Ramzy tegen Nederland en A. tegen Nederland (LJN BN9495 en LJN BN9500), waarin de klachten betrekking hadden op de artikelen 3 en 13 EVRM, dat het EHRM deze geheimhoudingsprocedure van de artikelen 8:29 en artikel 8:45 van de Awb in samenhang met artikel 87, eerste lid, van de WIV 2002 niet in strijd heeft geacht met artikel 13 van het EVRM. Nadat zij van de inhoud van de aan de ambtsberichten ten grondslag liggende stukken kennis heeft genomen, is de rechtbank tot de conclusie gekomen dat die stukken de inhoud van de ambtsberichten kunnen dragen. Geen schending van artikel 8 en 9 EVRM. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen