Rb. 's-Gravenhage 31 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3566
Verzoekschrift; rekest; verzoek vergoeding advocaatkosten; verzoek vergoeding kosten raadsman. Niet gesteld of aannemelijk is geworden dat verzoekster bij de uitoefening van haar werkzaamheden is afgeweken van hetgeen van haar in het kader van haar werkzaamheden werd verwacht. Bij die stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat er in beginsel - in overeenstemming met hetgeen het geval was in de hierboven bedoelde vergelijkbare zaak - aanleiding is om ervan uit te gaan dat de in de onderhavige zaak gemaakte kosten van een raadsman niet ten laste van verzoekster, maar van haar werkgeefster De Telegraaf zijn gekomen. De secretaresse van de raadsman heeft de rechtbank laten weten dat de raadsman niet in staat is de vraag van de rechtbank te beantwoorden of de kosten van een raadsman in de onderhavige zaak inderdaad ten laste van verzoekster zijn gekomen. De rechtbank kan dit - namens de raadsman van verzoekster gegeven antwoord op de vraag van de rechtbank - bij gebreke van een andersluidende toelichting niet anders begrijpen dan dat verzoekster weigert de rechtbank daaromtrent te informeren. Bij die stand van zaken kan de rechtbank - gelet op hetgeen in de hiervoor bedoelde uitspraak van de rechtbank van 10 april 2007 is vastgesteld en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen - niet anders dan tot de conclusie komen dat de kosten van een raadsman in de onderhavige procedure niet ten laste van verzoekster zijn gekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl