Rb. 's-Gravenhage 24 juni 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0696
Tarief leges gezinshereniging / berekening kostprijs / evenredigheid en billijkheid. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het door verweerder gehanteerde legestarief voor aanvragen om gezinshereniging te hoog zijn in verhouding tot de kostprijs. De kostendekkendheid van de behandeling van aanvragen om verblijfsvergunningen regulier is volgens de Algemene Rekenkamer immers gedaald van 69% tot 37,4% van de daadwerkelijke kostprijs. In samenhang met de niet betwiste omstandigheid dat gemiddelde kosten voor de behandeling van aanvragen om gezinshereniging hoger zijn dan de gemiddelde kosten bij andere aanvragen regulier, zoals door verweerder is toegelicht, is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat het tarief onevenredig zou zijn in verhouding tot de daadwerkelijke kostprijs. Voorts acht de rechtbank het in beginsel billijk dat ook de indirecte kosten bij de kostprijsberekening worden betrokken. Voor zover eiser heeft betoogd dat verweerder ten onrechte kosten voor verbetering van doelmatigheid en gratis verstrekte adviezen heeft meeberekend, overweegt de rechtbank dat eiser, daargelaten of het redelijk is om deze kosten door te berekenen aan andere aanvragers, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze kostenposten dermate hoog zijn dat dit een significant verschil voor de uiteindelijke tariefvaststelling zou meebrengen. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl