Rb. 's-Gravenhage 17 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5097
Inbewaringstelling/ proportionaliteit/ medische zorg/artikel 16, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn. Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de thans door eiser overgelegde medische stukken niet op te maken dat eiser detentieongeschikt is. Voorts valt uit de medische stukken niet op te maken dat eisers medische situatie (sinds zijn inbewaringstelling van 1 maart 2011) dusdanige is (verslechterd) dat verweerder daaruit heeft moeten afleiden dat het opleggen dan wel voortduren van die maatregel disproportioneel zou zijn. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in de instelling waar eiser thans verblijft medische zorg beschikbaar is en niet is gebleken dat eiser aldaar niet de zorg kan krijgen die hij behoeft. Nu in de instelling waar eiser thans verblijft medische zorg beschikbaar is en niet is gebleken dat eiser aldaar niet de zorg kan krijgen die hij behoeft, is de rechtbank voorts niet gebleken dat verweerder in strijd handelt met het bepaalde in artikel 16, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl