Rb. 's-Gravenhage 29 april 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4702

Trefwoorden: toetsingskader na terugwijzing/belangenafweging 8 EVRM in het kader van de Richtlijn Gezinshereniging Inhoudsindicatie: Eisers eerst na het arrest Chakroun van 23 december 2008 opgeworpen stelling dat de betekenis van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c, van de Richtlijn Gezinshereniging - waarover de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich in de uitspraak van 20 november 2009 heeft uitgesproken - thans nog ter beoordeling voorligt volgt de rechtbank niet. De rechtbank verwijst hiertoe naar het toetsingskader dat bij een teruggewezen zaak van toepassing is. De beoordeling of, en zo ja, op welke wijze het arrest Chakroun zou moeten leiden tot een andere uitleg van de desbetreffende bepalingen dan de uitleg die de Afdeling in de uitspraak van 20 november 2009 heeft gegeven, komt onder de gegeven omstandigheden aan de Afdeling zelf toe. De rechtbank stelt vast dat eiser niet voldoet aan de in hoofdstuk IV van de Richtlijn Gezinshereniging neergelegde vereisten voor de uitoefening van het recht op gezinshereniging, maar wel binnen het geldingsbereik van deze richtlijn valt. Bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM komt daarom betekenis toe aan de uit artikel 5, vijfde lid, van de richtlijn voortvloeiende verplichting om terdege rekening te houden met de belangen van minderjarige kinderen en de in artikel 17 van de richtlijn neergelegde verplichting terdege rekening houden met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de betrokken persoon en met de duur van zijn verblijf in de lidstaat, alsmede met het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met zijn land van herkomst. In het licht van die verplichtingen heeft verweerder de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM onjuist ingevuld. .

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen