Rb. 's-Gravenhage 18 april 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2882

Eiseressen hebben als nieuw feit naar voren gebracht dat zij inmiddels zijn bekeerd tot het christendom. De rechtbank is van oordeel dat, indien en voor zover eiseressen bij terugkeer naar Iran al bekeringsactiviteiten willen gaan verrichten, de omstandigheid dat zij zich daarvan bij terugkeer naar Iran zullen moeten onthouden vanwege het reële risico van repercussies van de zijde van de Iraanse autoriteiten, op zichzelf genomen niet is aan te merken als een dermate ernstige vorm van schending van het grondrecht van vrijheid van godsdienst dat eiseressen reeds om die reden als vluchteling in de zin van het Verdrag zijn aan te merken. Ingevolge artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Definitierichtlijn, geïmplementeerd in artikel 3.37 VV, wordt er bij de beoordeling van de gronden van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag rekening mee gehouden dat het begrip “godsdienst” ook omvat het deelnemen of zich onthouden van formele erediensten in de particuliere of openbare sfeer, hetzij alleen of in gemeenschap met anderen. Uit de verklaringen die eiseressen over de Perzische Kerk Kores te Apeldoorn hebben afgelegd, blijkt genoegzaam dat dit een kerk is met een protestants en mogelijk evangelisch karakter. Verweerder heeft die stelling van eiseressen ook niet betwist. Gelet hierop is aannemelijk dat eiseressen zich bij terugkeer naar Iran voor hun geloofsbelijdenis zullen moeten aansluiten bij een “nieuwe kerk” als bedoeld in het ambtsbericht inzake Iran van oktober 2010. Uit het ambtsbericht blijkt dat evangeliserende kerken in de negatieve belangstelling staan van de Iraanse autoriteiten, dat sprake is van overheidstoezicht op die kerken en hun bezoekers en dat bijeenkomsten buiten hun kerkgebouw zijn verboden. Uit het ambtsbericht blijkt ook dat er in geheel Iran huiskerken zijn en dat het in de verslagperiode geregeld voorkwam dat bekeerde christenen werden gearresteerd na een inval in huiskerken en dat sommigen zich nog in detentie bevinden. Uit het door eiseressen in beroep overgelegde briefing document van 25 januari 2011 van de website elam.com, getiteld “Severe intensification of arrests and imprisonment of Christians in Iran” komt het beeld naar voren dat christenen die door de Iraanse autoriteiten zijn gearresteerd, pas weer zijn vrijgelaten nadat zij een verklaring hebben ondertekend dat zij zich van verder kerkbezoek zullen onthouden. Uit het briefing document blijkt niet dat dit alleen het onthouden van bezoeken aan huiskerken betreft. De informatie uit het ambtsbericht en het briefing document ondersteunt het standpunt van eiseressen dat er voor leden van de kerkgroepering waaronder zij vallen, vanwege de mogelijke repercussies, geen mogelijkheden zijn om naar kerkdiensten te gaan. Verweerder heeft niet deugdelijk gemotiveerd dat eiseressen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij om die reden bij terugkeer naar Iran te vrezen hebben voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Beroep gegrond wegens schending van artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen