Rb. 's-Gravenhage 30 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0039
Aangezien eiser ondubbelzinnig heeft gesteld dat hij (met zijn gezin) geen verblijf in Nederland maar in België beoogt, dient eiser zich tot België, als gastland, te wenden ter effectuering van zijn – van de echtgenote afhankelijk – recht op vrij verkeer. België zal dienen te beoordelen of eiser aan de richtlijn aanspraak op toelating en verblijf ontleent. Weliswaar staat eiser door de ongewenstverklaring in het SIS gesignaleerd, maar, zoals ook ter zitting naar voren is gekomen, wordt de SIS-signalering (en niet de ongewenstverklaring als zodanig) eiser in het kader van het verlenen van een verblijfstitel in België door de Belgische autoriteiten tegengeworpen. In aanmerking genomen dat eiser (met zijn gezin) geen verblijf in Nederland maar in België beoogt, is België en niet Nederland verantwoordelijk voor de beoordeling of de weigering eiser een verblijfstitel af te geven in overeenstemming is met artikel 8 van het EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl