Rb. 's-Gravenhage 4 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9476
Artikel 3.87 Vb 2000 De enkele omstandigheid dat eiser strafrechtelijk veroordeeld is - terwijl deze veroordelingen niet kunnen leiden tot afwijzing van de aanvraag op grond van artikel 3.86 van het Vb 2000 - vormt, gelet op het systeem van de wet, op zichzelf onvoldoende grond voor toepassing van artikel 3.87 van het Vb 2000. Dit betekent echter niet dat de strafrechtelijke veroordelingen geen rol zouden kunnen spelen in het kader van artikel 3.87 van het Vb 2000. Uit de tekst van de bepaling zelf volgt dit niet. Evenmin kan dit, anders dan door eiser is betoogd, worden afgeleid uit de Nota van Toelichting bij artikel 3.87 van het Vb 2000. Strafrechtelijke veroordelingen kunnen naar het oordeel van de rechtbank dan ook, mits in samenhang met andere feiten en omstandigheden, wel degelijk tot de conclusie leiden dat sprake is van zwaarwegende belangen in de zin van deze bepaling op grond waarvan tegenwerping van de openbare orde in redelijkheid gerechtvaardigd is te achten. Verweerder heeft in het onderhavige geval niet alleen gewezen op de strafrechtelijke veroordelingen, maar ook op de overlast die eiser met zijn gedrag heeft veroorzaakt en de daarmee gepaard gaande grote maatschappelijke commotie in het (voormalige) stadsdeel Slotervaart. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, gelet op de in dit kader aangevoerde feiten en omstandigheden, in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen dat de door verweerder aangevoerde omstandigheden zwaarwegende belangen opleverden die hem voldoende aanleiding konden geven te komen tot afwijzing van de aanvraag van eiser. Eiser heeft voorts aangevoerd dat de tegenwerping van artikel 3.87 van het Vb 2000 onrechtmatig is, nu verweerder over de eventuele toepassing van dit artikel geen beleidsregels heeft ontwikkeld. Ook dit betoog faalt. Artikel 3.87 van het Vb 2000 is immers naar zijn aard een bepaling die is geschreven voor uitzonderlijke gevallen, waarin niet is voorzien in het beleid. Dit wordt bevestigd door het feit dat de onderhavige zaak de eerste afwijzing van een aanvraag op grond van deze bepaling is.
De uitspraak op rechtspraak.nl