Rb. 's-Gravenhage 6 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO6664

Verdachte heeft het slachtoffer ernstig zwaar lichamelijk letsel toegebracht door kokende olie over diens lichaam en hoofd te gooien. De als gevolg hiervan ontstane ontsierende littekens zal het slachtoffer de rest van zijn leven met zich meedragen, en hij zal de fysieke beperkingen blijven ervaren. Een dergelijke daad vormt een zeer ernstige inbreuk op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft het feit gepleegd in langdurige detentie wegens een veroordeling tot doodslag, poging doodslag en wapenbezit. Naar het oordeel van de rechtbank is geen andere straf dan een vrijheidsstraf van aanzienlijke duur passend. De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde straf in beginsel recht doen aan het gepleegde feit, met alle gevolgen vandien voor het slachtoffer, nu de officier van justitie bij de hoogte daarvan rekening heeft gehouden met de de onwenselijk lange termijn gelegen tussen pleegdatum en vonnisdatum. De rechtbank zal de overschrijding van de bedoelde termijn verdisconteren in de strafmaat in dier voege, dat in plaats van de overwogen onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 22 maanden zal worden opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen