Rb. 's-Gravenhage 4 november 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO3330
Uit het Sahin-arrest van het Hof van 17 september 2009 volgt onder meer dat voor de beoordeling of de situatie van een vreemdeling in de gastlidstaat voor de toepassing van artikel 13 van Besluit 1/80 moet worden beschouwd als verblijfs- en arbeidsrechtelijk niet langer legaal, naar behoren rekening dient te worden gehouden met alle specifieke omstandigheden die de zaak kenmerken. Voor de beantwoording van de vraag of eiser valt onder het toepassingsbereik van artikel 13 van Besluit 1/80, moet doorslaggevende betekenis worden toegekend aan de omstandigheid dat eiser zich twee maal niet heeft gehouden aan de nationale regels voor verblijf. Anders dan in de zaak die heeft geleid tot het Sahin-arrest, was in eisers situatie geen sprake van een slechts kortdurende situatie van niet-rechtmatig verblijf welke bovendien weer is opgeheven door het indienen van een kansrijke aanvraag. In de zaak Sahin was bovendien geen sprake van handelen van de vreemdeling in strijd met een wettelijk voorschrift als artikel 4.43 van het Vb 2000, waardoor hij bijna één jaar en negen maanden ten onrechte feitelijk in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning. De vraag of eiser valt onder het toepassingsbereik van artikel 13 van Besluit 1/80 dient op grond van het vorenstaande ontkennend te worden beantwoord. Eisers stelling, dat hij meer dan drie jaar gehuwd was en op grond van artikel 13 van Besluit 1/80 recht heeft op voortgezet verblijf op grond van het oude beleid, behoeft dan ook geen beantwoording.
De uitspraak op rechtspraak.nl