Rb. 's-Gravenhage 8 september 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN6204
Verdachte heeft informatie uit de computersystemen van de politie doorgegeven aan de consul van de Marokkaanse ambassade in Nederland, terwijl hem in ruil hiervoor beloften in het vooruitzicht waren gesteld. Hij heeft hierdoor gehandeld in strijd met zijn plicht als ambtenaar en in strijd met zijn geheimhoudingsplicht. Gelet op de ernst van het feit is dient verdachte een onvoorwaardelijke straf te ondergaan. Een gevangenisstraf is in dit geval een te zware strafsoort. Het opleggen van een werkstraf is passend. De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte een taakstraf moet worden opgelegd, bestaande uit een werkstraf van de maximale duur. Naar het oordeel van de rechtbank doet een lagere werkstraf onvoldoende recht aan de ernst van het feit. Taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de tijd van 240 uur.
De uitspraak op rechtspraak.nl