Rb. 's-Gravenhage 2 juli 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN3866
AC / artikel 17, vierde lid, sub a, van de Procedurerichtlijn / vereiste van een gespecialiseerde hoorambtenaar voor een amv Verzoeker stelt zich op het standpunt dat hij in strijd met de voorschriften uit de Procedurerichtlijn geen persoonlijk onderhoud heeft gehad met een daartoe gespecialiseerde hoorambtenaar en verwijst naar artikel 17, vierde lid, sub a van de Procedurerichtlijn. De voorzieningenrechter constateert dat artikel 17, vierde lid, sub a, van de Procedurerichtlijn inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is, zodat aan deze bepalingen rechtstreekse werking toekomt. De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat niet in geschil is dat verweerder voornoemd artikel heeft geïmplementeerd in de nationale wetgeving. Immers, verweerder heeft voornoemd artikel geschaard onder het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 van de Awb. Nu laatstgenoemd artikel echter geen letterlijke invulling van artikel 17, vierde lid, onder a van de Procedurerichtlijn kan verzoeker zich direct beroepen op deze bepaling als hij meent dat daarmee in strijd is gehandeld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder, met zijn toelichting ter zitting dat alle contactambtenaren zijn opgeleid om asielverzoeken van minderjarigen te behandelen, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat met het beleid van verweerder voldaan wordt aan de vereisten van artikel 17, vierde lid, sub a, van de Procedurerichtlijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl