Rb. 's-Gravenhage 29 april 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM5861
Vennootschapsbelasting. Omkering bewijslast. Voorkoming dubbele belasting. Verzuimboete. Alle aandelen in eiseres worden gehouden door een stichting. Deze stichting heeft één bestuurder, die in Luxemburg woont. Omdat voor het jaar 2000 geen aangifte was gedaan heeft verweerder eiseres voor dat jaar een ambtshalve vastgestelde aanslag opgelegd en daarbij een verzuimboete opgelegd van ƒ 500. Na eerst tegen de aanslag en de boete bezwaar te hebben gemaakt, heeft eiseres later alsnog een aangifte ingediend. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder de aanslag verminderd, maar de door eiseres geclaimde managementkosten en tantièmes, in totaal ƒ 98.000, niet in aftrek toegelaten. De rechtbank oordeelt dat ten tijde van het opleggen van de aanslag de vereiste eiseres niet was gedaan, dat dit omkering van de bewijslast tot gevolg heeft, hetgeen, anders dan eiseres stelt, geen strafrechtelijke sanctie in de zin van het EVRM is. Eiseres is naar Nederlands recht is opgericht en daarom binnenlands belastingplichtig en heeft niet overtuigend heeft aangetoond dat zij op grond van de Luxemburgse wetgeving moet worden aangemerkt als inwoner van Luxemburg en daar aan belastingheffing is onderworpen. Eiseres heeft ook niet overtuigend aangetoond dat de bestuurder werkzaamheden heeft verricht waarvoor de managementvergoeding en de tantièmes zouden zijn toegekend. De regeling voor gebruikelijk loon is niet van toepassing omdat de bestuurder geen aandeelhouder is en de stichting geen in aandelen verdeeld kapitaal heeft. Verweerder heeft terecht een verzuimboete opgelegd, zij het dat niet sprake is van een vijfde, maar van een derde verzuim. De boete wordt daarom verminderd tot ƒ 250. Wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt de boete verder verminderd tot ƒ 200. Alleen voor wat betreft de boete is het beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl