Rb. 's-Gravenhage 31 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9558

Geschil tussen Loterijverlies en Staatsloterij over de standpunten van Loterijverlies dat de reclame-uitingen van Staatsloterij misleidend zijn, dat deze reclame-uitingen wat betreft inhoud en omvang strijdig zijn met de voorschriften tot naleving waarvan Staatsloterij gehouden is en dat Staatsloterij ten opzichte van de deelnemers onrechtmatig heeft gehandeld. De vordering tot verklaring voor recht dat de reclame-uitingen van Staatsloterij misleidend en zowel wat betreft inhoud als omvang strijdig zijn met de voorschriften tot naleving waarvan Staatsloterij gehouden is, wordt afgewezen, nu Loterijverlies onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om haar standpunten te onderbouwen. Op dezelfde grond wordt afgewezen de gevorderde verklaring voor recht dat Staatsloterij onrechtmatig heeft gehandeld jegens de deelnemers. Aangezien deze vorderingen worden afgewezen om de reden dat Loterijverlies niet aan haar stelplicht heeft voldaan, wordt niet aan bewijslevering toegekomen. De vordering tot veroordeling van Staatsloterij om zorg te dragen voor rectificatie, is inhoudelijk zo verweven met de hiervoor genoemde vorderingen, dat deze vordering ook wordt afgewezen. De vordering tot vergoeding van volgens Loterijverlies ten behoeve van deze procedure door haar gemaakte en nog te maken kosten, onder meer bestaande uit kosten van juridische bijstand en deskundig advies, betreft een nevenvordering, die niet voor toewijzing in aanmerking komt nu geen van de hoofdvorderingen van Loterijverlies in deze procedure wordt toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen