Conclusie A-G Wissink 12 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2812
Misleidende reclame; art. 6:194 (oud) BW. Wet op de Kansspelen (WoK); art. 8. Vraag of bepaalde reclame-uitingen van Staatsloterij misleidend waren in de zin van art. 6:194 (oud) BW. Maatstaf. Maatman. Verwachtingen van de gemiddelde consument. Onderzoek of gewraakte mededelingen van Staatsloterij van voldoende materieel belang waren om de maatman te kunnen misleiden. Oordelen die berusten op feitelijke waarderingen. Art. 8 lid 2 WoK; minimumuitkeringspercentage van 60. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat Staatsloterij kan volstaan met streven naar uitkeringspercentage van 60 per maandelijkse loterij en het realiseren van dit percentage als gemiddelde over een langere periode.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 24 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 149 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 8 WKS
- Artikel 9 WKS
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:194 BW6
- Artikel 6:195 BW6
- Artikel 3:303 BW3
- Artikel 2 Wet Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij
- Artikel 7 Beschikking Staatsloterij
- Artikel 8 Beschikking Staatsloterij
- Artikel 7 BS
Aangehaalde uitspraken
- Hof Den Haag 28 mei 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:CA0587
- HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR2045
- HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7064
- Hof 's-Gravenhage 15 maart 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8195
- Hof van Justitie van de Europese Unie 18 november 2010, ECLI:NL:XX:2010:BO5106
- Rb. 's-Gravenhage 31 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9558
- HR 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162
- HR 16 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG3582
- Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen 19 september 2006, ECLI:NL:XX:2006:AZ2155
- HR 14 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK4841
- HR 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9414
- Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen 16 juli 1998, ECLI:NL:XX:1998:AD2918
- HR, ECLI:NL:HR:2009:BC1231