Rb. 's-Gravenhage 9 december 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6196
Eiser heeft zich beroepen op de beslispraktijk van verweerder in gevallen waarbij een beroep op de discretionaire bevoegdheid wordt gehonoreerd, waarbij het mvv-vereiste niet wordt tegengeworpen en het leges vereiste evenmin, - zoals bijvoorbeeld in maart 2009 is gebeurd, in de zaak met IND-kenmerk 0808-01-1222, en in augustus 2009, in de zaak met IND-kenmerk 0602-07-0038 - hetgeen geheel in lijn is met de ratio van deze bevoegdheid en hetgeen overigens ook ondubbelzinnig blijkt uit de bewoordingen van werkinstructie 2005/3. Voor zover eiser met de verwijzing naar de beslispraktijk van verweerder een beroep doet op het gelijkheidsbeginsel, is de rechtbank van oordeel dat dit beroep niet kan slagen. Weliswaar heeft hij verwezen naar twee concrete zaken, maar uit informatie van verweerder is gebleken dat in die zaken, anders dan eiser stelt, wel leges zijn voldaan. Om die reden is dan ook geen sprake van gelijke gevallen en bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiser had moeten inwilligen met vrijstelling van het legesvereiste.
De uitspraak op rechtspraak.nl