Rb. 's-Gravenhage 6 oktober 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4194
Naar het oordeel van de rechtbank moet de bijzondere aanwijzing wel worden aangemerkt als een handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, Vw 2000. Daartoe overweegt de rechtbank dat deze, gelet op de aard van de aanwijzing en de gevolgen van het niet naleven daarvan voor eiser, een rechtens relevante handeling jegens eiser is. Het onthouden van acties die kunnen leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van het dactyloscopisch signalement grijpt immers verder in de persoonlijke levensfeer van eiser dan de enkele verplichting tot het laten afnemen van vingerafdrukken, zoals omschreven in artikel 4.45 Vw 2000. Bovendien is de niet naleving van de bijzondere aanwijzing strafbaar. Nu volgens de wetsgeschiedenis van artikel 72, derde lid, Vw 2000 het onwenselijk is als zowel de bestuursrechter als de burgerlijke rechter zouden oordelen over geschillen met betrekking tot de Vreemdelingenwet 2000, dient tegen de bijzondere aanwijzing, voor zover deze is gegeven met het oog op de toezicht, rechtsbescherming bij de vreemdelingenrechter open te staan. Dit betekent dat verweerder het bezwaar in zoverre ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl