Rb. 's-Gravenhage 21 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5673
Bijzondere aanwijzing / onthouden manipulatie vingertoppen / besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb / onbevoegd genomen besluit Aan de vreemdeling is de bijzondere aanwijzing opgelegd dat hij zich dient te onthouden van alle acties, zoals het (verder) beschadigen van zijn vingertoppen en het gebruik van stoffen zoals lijm, chemicaliën of henna, die het vaststellen van een goed dactyloscopisch signalement onmogelijk kunnen maken. De aanwijzing is gericht op een rechtsgevolg en dus een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Het besluit is genomen namens de staatssecretaris van Justitie. Artikel 54 van de Vw 2000 schrijft voor dat in verplichtingen, als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b en c, bij algemene maatregel van bestuur kan worden voorzien. Verweerder heeft gesteld dat het besluit is gebaseerd op artikel 4.45 van het Vb 2000. Op grond van artikel 4.45, aanhef en onder b, van het Vb 2000 bestaat de medewerking bedoeld in artikel 54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 uit – onder meer – het laten afnemen van vingerafdrukken indien daartoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat. Hieruit volgt dat de bevoegdheid tot het opleggen van de verplichting de bedoelde medewerking te verlenen bij die ambtenaren berust. Dit betekent dat de staatssecretaris van Justitie daartoe niet bevoegd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl