Rb. 's-Gravenhage 18 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3700
Vaststellen maximum prijzen voor geneesmiddelen door de minister. 1. Met betrekking tot de toepassing van artikel 6:13, eerste lid, van de Awb overweegt de rechtbank ambtshalve (zie ABRS 31 januari 2007, LJN: AZ7415) dat, nu eiseres geen zienswijze heeft ingediend ten aanzien van de geneesmiddelen Novomix 30 flexpen inj 100e/ml wwsp 3ml, Insulatard inj 100ie/ml flacon 10ml en Insulatard novolet inj 100ie/ml wwsp 3ml, haar beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard voorzover dat beroep ziet op de vaststelling van de maximumprijzen voor deze drie geneesmiddelen. Daarbij is de rechtbank, anders dan eiseres, van oordeel dat de vastgestelde maximumprijs voor ieder van de in het bestreden besluit genoemde afzonderlijke geneesmiddelen is aan te merken als een besluitonderdeel. Voorts is niet gebleken dat eiseres redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend met betrekking tot deze geneesmiddelen. 2. De rechtbank stelt concluderend vast dat in de Franse prijslijst in een zeer gering aantal gevallen voor eenzelfde geneesmiddel van een fabrikant naast een apotheekinkoopprijs (aip) een hospitaalinkoopprijs (hip) is vermeld. De reden van vermelding van die hip’s in dat geringe aantal gevallen naast een aip is onduidelijk. De wijze waarop de hip tot stand komt en door wie de daarvoor nodige gegevens worden aangeleverd is ondoorzichtig en kennelijk afhankelijk van willekeurige omstandigheden. Onder die omstandigheden acht de rechtbank het betrekken van op de Franse prijslijst vermelde hip’s bij de berekening van de maximumprijs van een geneesmiddel conform artikel 2 van de WGP in strijd met het verbod van willekeur en het motiveringsbeginsel. Voor zover het beroep ontvankelijk is dient verweerder opnieuw de maximum prijzen te berekenen waarbij de hip buiten beschouwing wordt gelaten. Beroep in zoverre gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl