Rb. 's-Gravenhage 22 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BH0051

Ongewenstverklaring / Richtlijn 2003/86 / Richtlijn 2003/109 / Richtlijn 2004/38 / toetsing aan criteria Boultif en Üner Eiser heeft in bezwaar een beroep gedaan op Richtlijn 2003/86. In het besluit heeft verweerder geen overwegingen gewijd aan dit beroep, zodat de rechtbank aanleiding ziet het beroep gegrond te verklaren en het besluit te vernietigen wegens strijd met het bepaalde in artikel 7:12 van de Awb. Volgt toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 29 maart 2006 (JV 2006/172) overweegt de rechtbank dat Richtlijn 2003/86, gelet op het bepaalde in artikel 3, derde lid, van de Richtlijn niet van toepassing is op gezinsleden van een burger van de Unie. Nu de echtgenote van eiser de Nederlandse nationaliteit heeft en derhalve is aan te merken als burger van de Unie, is Richtlijn 2003/86 niet op eiser van toepassing. Dat de echtgenote van eiser ook de Marokkaanse nationaliteit heeft, doet daaraan niet af. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat het openbare orde criterium in richtlijn 2003/109/EG gelijk is aan het openbare orde criterium in richtlijn 2004/38. Deze criteria verschillen duidelijk van elkaar. Het verschil in wegingscriteria past bij het bieden van de hoogste mate van bescherming aan EU-onderdanen en een lagere mate van bescherming aan langdurig ingezetenen en gezinsherenigers. Vergelijk ook de brief van verweerder van 30 september 2005 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (TK 2005-2006, 19 637, nr 971), waarin onder meer een reactie wordt gegeven op het advies van de ACVZ van 30 juni 2005. Naar het oordeel van de rechtbank is Richtlijn 2003/109 niet op onjuiste wijze omgezet in nationale wetgeving, hoewel de letterlijke tekst van artikel 12 van de Richtlijn niet geheel overeenkomt met het bepaalde in artikel 22 van de Vw 2000. De rechtbank is van oordeel dat verweerders standpunt inzake artikel 8 van het EVRM de toetsing in rechte kan doorstaan. Hoewel eiser en zijn echtgenote geruime tijd in Nederland verblijven, zij al sinds 1990 een relatie hebben en in december 2007 een zoon is geboren uit deze relatie, blijft overeind staan dat eiser ernstige inbreuken heeft gemaakt op de openbare orde en hij een aanzienlijk deel van zijn verblijf in Nederland in detentie heeft doorgebracht. Bovendien hebben zowel eiser als zijn echtgenote in meer of mindere mate banden met Marokko en valt niet in te zien dat zij zich daar niet (samen) zouden kunnen vestigen, zoals ook door verweerder is overwogen. Ook van het kind van eiser en zijn echtgenote kan, gelet op zijn leeftijd, worden verwacht dat hij zich kan aanpassen aan een leven in Marokko. In de enkele stelling dat de echtgenote van eiser ten tijde van het aangaan van de relatie niet op de hoogte was van de antecedenten van eiser ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen