Rb. 's-Gravenhage 23 december 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG9144

Verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar Portugal. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of de minderjarige ten tijde van de overbrenging en achterhouding haar gewone verblijfplaats had in Portugal dan wel in Nederland. Gelet op de feitelijke stellingen van partijen is het antwoord op die vraag afhankelijk van de intentie van de ouder die op dat moment het gezag had over de minderjarige. De vader heeft overgelegd een door de Portugese rechtbank bekrachtigde overeenkomst tussen partijen waarin het gezag is overgedragen aan de vader. De moeder stelt dat de vader nimmer het gezag over de minderjarige heeft gehad. Zij betwist de geldigheid van de overeenkomst. Zij stelt primair dat de vader de overeenkomst valselijk heeft opgesteld. Zij stelt subsidiair dat zij de overeenkomst heeft ondertekend zonder dat zij het wist. De rechtbank ziet aanleiding een bericht van een deskundige te bevelen ter beoordeling van de echtheid van de handtekening van de moeder. Partijen dienen daartoe eerst de stukken over te leggen die nodig voor het onderzoek. De zaak wordt daartoe pro forma aangehouden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen