Rb. 's-Gravenhage 13 oktober 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5689

IB/PVV 2005. Premie voor een bij inbreng van de onderneming in een BV bedongen lijfrente is niet aftrekbaar, omdat de lijfrente niet tijdig is bedongen. Ten tijde van de inbreng was slechts sprake van een voornemen, inhoudende dat een zeker geldbedrag (met rente) wordt gereserveerd, welk bedrag door eiser naar zijn vrije keuze al dan niet kan worden aangewend voor het bedingen van een lijfrente - in de door hem gewenste vorm - in de zin van artikel 1.7 van de Wet IB 2001. Niet kan worden gezegd dat ten tijde van de oprichting van de B.V. de wederzijdse prestaties die wezenlijk zijn voor een lijfrente-overeenkomst reeds voldoende bepaalbaar waren. Ook het beroep op het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 2 november 2006, nr. CPP2006/2362M, BNB 2007/13 faalt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen