Rb. 's-Gravenhage 11 juni 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4206
Paspoortveresite / artikel 8 EVRM Ten aanzien van het gezinsleven met zijn vader stelt de voorzieningenrechter voorop dat de beslistermijn bij aanvraag van een nationaal paspoort, dan wel een verklaring dat deze niet wordt afgegeven, niet per definitie lang behoeft te zijn. In beginsel gaat het dan ook om een tijdelijke terugkeer naar het land van herkomst. Dit betekent dat slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn van schending van artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft in het bestreden besluit blijk gegeven van een deugdelijke belangenafweging. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich naar aanleiding daarvan in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat er geen objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen, alsmede dat niet gebleken is dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarbij heeft verweerder betekenis kunnen hechten aan het feit dat de vader van verzoeker afkomstig is uit Angola en dat niet is gebleken dat hij niet in Angola zou kunnen verblijven. Dat de vader van verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft aangevraagd, terwijl naar ter zitting is gebleken zijn verzoek om naturalisatie is ingewilligd, leidt niet tot een ander oordeel aangezien hij ook met zijn Nederlandse paspoort in staat moet worden geacht naar Angola terug te keren. In casu is voorts relevant dat niet is gebleken dat de vader van verzoeker het ouderlijke gezag over verzoeker uitoefent. Derhalve moet worden aangenomen dat zijn moeder het eenhoofdig gezag over hem heeft, terwijl het haar niet is toegestaan hier te lande te verblijven. Verweerder heeft verder in het kader van de objectieve belemmeringen terecht nog in aanmerking genomen dat verzoeker erg jong is en nog geen onderwijs in Nederland heeft genoten, zodat niet is gebleken dat verzoeker zodanig in de Nederlandse samenleving is geworteld dat terugkeer naar Angola niet van hem verlangd kan worden. Voorts is uit de asielprocedure van de ouders van verzoeker gebleken dat zij nog familie in Angola hebben wonen. Het beroep op artikel 8 van het EVRM slaagt derhalve niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl