Rb. 's-Gravenhage 6 maart 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1378

Eisers hebben aan verweerder verzocht hun een uitkering toe te kennen evenredig aan het werkgeversdeel van de pensioenpremie dat ter beschikking is gesteld aan medewerkers die in het kader van de levensloopregeling verlof hebben opgenomen. De verzoeken zijn afgewezen. De bestreden besluiten berusten op het standpunt dat de werkgeversbijdrage pensioen tijdens de opname van levenslooploon geen situatie inhoudt, zoals bedoeld in artikel 19g, zesde lid, aanhef en onder c, van de Wet op de LB, gelet op het standpunt van de belastingdienst. In geschil is de vraag of verweerder gehouden was een “evenredig” bedrag te betalen aan de werknemers die niet deelnemen aan de levensloopregeling. Het dossier bevat geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de bestreden besluiten in strijd zijn met een of meerdere beginselen van behoorlijk bestuur. Verweerder kon in redelijkheid de verzoeken van eisers afwijzen. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen