Rb. 's-Gravenhage 9 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9264
Artikel 6 van het Associatiebesluit 1/80 / dezelfde werkgever / uitzendbureau / dezelfde inlener Volgens verweerder kan eiser geen rechten ontlenen aan Besluit 1/80, omdat een uitzendbureau in het kader van artikel 6 van het Besluit (per definitie) niet kan worden aangemerkt als ‘dezelfde werkgever’, ook niet als de werknemer een vast contract heeft met het uitzendbureau, nu bij uitzendwerk doorgaans sprake is van diverse inleners. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser tussen 15 oktober 2003 en 10 april 2007 onafgebroken in dienst is geweest bij Equipe Uitzendbureau B.V. te Amersfoort en dat hij gedurende deze gehele periode (voor dat uitzendbureau) heeft gewerkt bij dezelfde inlener. De rechtbank acht niet aannemelijk dat verweerder dient te worden gevolgd in zijn hiervoor uiteengezette beperkte interpretatie van het begrip ‘dezelfde werkgever’. Nu eiser tussen 15 oktober 2003 en 10 april 2007 onafgebroken voor dezelfde inlener heeft gewerkt, kan niet worden gezegd dat afbreuk is gedaan aan de systematiek van artikel 6, eerste lid, van het Besluit 1/80, te weten een geleidelijke opbouw van rechten, en dat niet is voldaan aan de eis dat eiser gedurende drie jaren bij dezelfde werkgever arbeid heeft verricht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, nu in het onderhavige geval gedurende die periode steeds is gewerkt voor dezelfde inlener, dan ook onvoldoende gemotiveerd waarom eiser niet de bescherming van artikel 6, eerste lid, van het Besluit 1/80 toekomt. De enkele motivering van verweerder dat eiser geen rechten kan ontlenen aan voormelde bepaling, omdat er via een uitzendbureau arbeid voor verschillende inleners kán worden verricht, acht de rechtbank onvoldoende.
De uitspraak op rechtspraak.nl