Rb. 's-Gravenhage 26 juli 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9735

Opheffing ongewenstverklaring / rigorous scrutiny / schending hoorplicht Afwijzing verzoek opheffing van de ongewenstverklaring (sinds 2005; o.o.; enkele winkeldiefstallen). Eiser, sinds 1993 in NL, is afkomstig uit Iran en heeft aan eerdere asielprocedures ten grondslag gelegd zijn betrokkenheid bij de Mujaheddin. Vw in die eerdere procedures: asielrelaas ongeloofwaardig. Thans stelt eiser dat er nieuwe f&o (oproeping aan zijn adres van Iraanse rechtbank; naar eiser stelt nav aangifte door zijn schoonfamilie) zijn die een herhaalde (asiel-)aanvraag rechtvaardigen; hij vreest voor behandeling ism 3 EVRM. Ingevolge de bekende jurisprudentie van de Afdeling zal een nieuwe aanvraag nergens toe kunnen leiden zolang hij ongewenstverklaard is (geen procesbelang). Daarom wenst eiser (in lijn met jurisprudentie) beoordeling van het gestelde 3 EVRM risico in de huidige procedure. Vw is het daarmee eens; constateert dat geen sprake is van imperatieve inwilligingsgronden als in 6.6 Vb (tijdsverloop = opheffing), en acht geen gegronde vrees voor 3 EVRM aanwezig. Vw ziet af van horen in bezwaar en doet geen nader onderzoek naar de gestelde nieuwe f&o. Rb: overweegt dat hoge eisen aan beoordeling gesteld 3 EVRM-risico worden gesteld; jurisprudentie EHRM; 4 DRi; 3:2; 7:2 Awb. In voorkomend geval is horen een minimale vereiste, gevolgd door - indien daarvoor aanleiding bestaat - nader onderzoek. I.c. niet gebeurd; beroep gegrond. Vovo af tav uitzetting (geen datum). Vovo toe voor wat betreft sr-rechtsgevolgen ivm voortdurende schending van 197 Sr. NB: petitum niet 'in orde': niet was verzocht om schorsing van álle rechtsgevolgen vd ongewenstverklaring. Daarom geeft r.o. 2.26 een hint.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen