Rb. 's-Gravenhage 25 juni 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7877
Strafzaak tegen een voormalige functionaris van de Afghaanse militaire inlichtingendienst Khad-e-Nezami. Rechtsmacht: De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak rechtsmacht bestaat. Amnestie: De rechtbank is van oordeel dat aan het gegeven dat in Afghanistan een amnestieregeling tot stand is gekomen niet hoeft te worden voorbijgezien, maar dat daarmee het recht op vervolging niet is vervallen. Telastgelegde feiten. In feit 1 wordt verdachte als (mede)pleger ten laste gelegd lichamelijke geweldpleging en/of verminking en/of wrede en/of onmenselijke behandeling en/of marteling tegen twee slachtoffers. Uit geen van de verklaringen in het dossier, die zijn afgelegd met betrekking tot de feiten die het ene slachtoffer zijn overkomen, is duidelijk geworden, dat verdachte daarbij betrokken is geweest op de wijze zoals door de jurisprudentie wordt vereist voor het medeplegen en kan daarom ook niet bewezen worden geacht. Ten aanzien van het andere slachtoffer acht de rechtbank de combinatie van verklaringen niet voldoende betrouwbaar om daaruit de overtuiging te verkrijgen dat verdachte bij de in de tenlastelegging omschreven handelingen tegen dit slachtoffer betrokken is geweest als (mede)pleger. De rechtbank komt tot vrijspraak voor feit 1. Ten aanzien van feit 2 ('Superior responsibility') is de rechtbank van oordeel dat de vraag of verdachte ook 'effective control' had niet met voldoende zekerheid bevestigend kan worden beantwoord. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan aan een van de belangrijke vereisten, nodig voor bevestigende beantwoording van de vraag of verdachte 'superior responsibility' droeg voor de telastgelegde oorlogsmisdrijven. Verdachte wordt eveneens vrijgesproken van hetgeen hem in feit 2 is telastgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl