Rb. 's-Gravenhage 5 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9996

Verblijf bij ouder / polygamie / 8 EVRM De aanvraag voor een mvv is afgewezen omdat referent is getrouwd met twee vrouwen en eisers de kinderen zijn van de vrouw waarmee referent niet samenwoont. De rechtbank leidt uit de formulering van artikel 3.16 van het Vb 2000 af dat als sprake is van polygamie geen vergunning verband houdende met gezinshereniging of gezinsvorming kan worden verleend. Hoewel de plaatsing van de bepaling er op zou kunnen duiden dat wel beleidsvrijheid bestaat om op grond van artikel 3.13, tweede lid, van het Vb 2000 de vergunning te verlenen, biedt de tekst van de bepaling, mede gelet op de daarbij behorende Nota van Toelichting, deze ruimte niet. De omstandigheid dat sprake is van polygamie kan niet reeds op voorhand betekenen dat van schending van artikel 8 van het EVRM geen sprake kan zijn. Om te beoordelen of er op grond van artikel 8 EVRM een positieve verplichting is verblijf toe te staan, moet een belangenafweging worden gemaakt. Het belang van de staat om polygame situaties te voorkomen dient, mede gezien de uitspraak van de Rechtseenheidskamer van 19 maart 1998, JV 1998/59, kennelijk zowel ter bescherming van de goede zeden alsmede als ter beperking van immigratie uit een oogpunt van het economisch welzijn van het land. In de onderhavige situatie reiken de belangen van eisers niet zover dat er een positieve verplichting is om in strijd met art. 3.16 van het Vb 2000 een mvv te verlenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen